Sensorische Integratie

Sensorische Integratieproblemen
Sensorische Integratietherapie

spelend kind

Sensorische integratie is een neurologische procedure om de informatie die komt vanuit de verschillende zintuiglijke systemen te organiseren en integreren zodat we adequaat kunnen reageren in verschillende situaties. Om adequaat te reageren gebruiken we onze reeds verworven motorische, emotionele en sociale vaardigheden. Eenvoudig gezegd is sensorische integratie het verwerken van zintuiglijke prikkels via het zenuwstelsel om te kunnen bewegen en zinvol te handelen.

Als we onze reactie kunnen aanpassen, overwinnen we de uitdaging die zich stelt en leren iets nieuws. Tegelijk helpt het onze hersenen om zich verder te ontwikkelen en organiseren. Een kind dat leert om zijn spel te organiseren zal later zijn schoolwerk gemakkelijker kunnen oplossen en wordt een meer geordende volwassene.

Als we problemen hebben om onze reacties aan te passen kunnen we ook moeilijker nieuwe dingen leren en uitdagingen aangaan. We moeten dan meer energie steken in acties om ons veilig te voelen en in leven te blijven.

Home


Wat is Ergotherapie?


Wat doet een ergotherapeut?


Iets over Inge


Contact

Ieder kind of persoon heeft andere mogelijkheden, vanuit zijn eigen specifieke evolutie, om omgevingsprikkels op te nemen, te verwerken en erop te reageren. Een adequate reactie van 2 kinderen in dezelfde situatie kan dus meer of minder verschillend zijn.
Voorbeelden:
  • Een baby die een rammelaar ziet en die wil pakken heeft als aangepaste reactie het uitsteken van de hand nodig en moet deze hand naar zijn doel, de rammelaar brengen. Dit is een motorisch plan. Als het kind verschillende pogingen nodig heeft om de rammelaar te pakken heeft het nog geen motorisch plan vanuit zijn vroegere ervaringen.
  • Tijdens een les wiskunde kunnen sommige kinderen stil zitten en zich goed concentreren. Andere kinderen lukt dit nauwelijks of niet. Als bvb. 'stil' zitten nog veel inspanning vraagt, kan er te weinig aandacht gaan naar de wiskundeles en gaat er veel energie verloren aan het proberen 'stil' zitten.

Kinderen die moeite hebben met concentreren en stilzitten kunnen een probleem hebben met het verwerken van de informatie uit het tastzintuig, evenwichtszintuig en/of het "spier" -zintuig (proprioceptie).

Er zijn ook kinderen die hoog- of overgevoelig zijn voor zintuiglijke informatie. Zo raken zij snel afgeleid door de geluiden die zij horen en ervaren verschillende aanrakingen als vervelend.


Andere kinderen weren bepaalde zintuiglijke prikkels af zodat ze hier weinig ervaring met opdoen. Kinderen met AD(H)D of een autistisme spectrumstoornis kunnen daarnaast een stoornis hebben in de sensorische integratie. Een sensorische integratie–onderzoek kan dan zinvol zijn.

De grondlegster van de theorie die we "sensorische integratie" noemen is Jean Ayres (1920 – 1988). Zij was psychologe en ergotherapeute. Dertig jaar van haar leven is ze bezig geweest om deze theorie uit te werken. Ze heeft aan de hand van literatuur over neurobiologie, gedrags- en ontwikkelingsonderzoek en haar eigen intuïtie veel nieuwe ideeën ontwikkeld. Haar doel was om een relatie te leggen tussen gedrag, zoals de schoolse vaardigheden, en de neuronale processen in het centraal zenuwstelsel. Voor Jean Ayres waren de drie basiszintuigen (proprioceptie, evenwicht en tast) basis voor het uiteindelijk uitvoeren van complexe activiteiten.
Haar theorie wordt nog steeds verder uitgebreid en aangepast aan de hand van wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe ervaringen.

Sensorische Integratieproblemen

Reageert uw kind:

  • negatief op aanraking,
  • zeer gevoelig tijdens haren kammen of gezicht wassen,
  • angstig bij bewegen, draaien of vallen,
  • met misselijkheid bij het autorijden,
  • met vermijdingsgedrag bij spel waar evenwicht belangrijk is?
Heeft u het idee dat uw kind:
  • onhandig is, vooral bij nieuwe activiteiten,
  • zich veel stoot en vaak valt,
  • altijd in beweging is,
  • slordig is, soms ongewild,
  • zijn kracht niet goed kan gebruiken, soms teveel of soms te weinig,
  • alles wat snel gaat beter kan dan activiteiten met minder beweging bv. wel goed kan lopen en springen maar niet goed op 1 been kan staan,
  • angstig wordt als zijn voeten de grond niet meer raken,
  • een hekel heeft aan activiteiten met snel draaien (cfr. draaimolen)
  • beter aanrakingen met stevige druk dan zachte aanrakingen (bv. strelen) kan verdragen,
  • uw kind 'grote' risico's neemt bij spelletjes, van niets bang is,
  • meer moeite heeft met puzzelen en figuren maken dan leeftijdsgenootjes?
Heeft uw kind moeite met:
  • springen en huppelen, terwijl er motorisch niets mis lijkt,
  • balans, coördinatie en ritme (bijv. altijd struikelen),
  • fijn motorische activiteiten, bijv. tekenen, schrijven,
  • zich concentreren,
  • afmaken van werkjes,
  • opdrachten begrijpen?
Ziet u dat uw kind:
  • moeite heeft met het maken van vriendjes,
  • teruggetrokken is of juist altijd de clown uithangt,
  • jonger gedrag vertoont,
  • soms buitengewoon boos wordt als iets niet lukt,
  • altijd lange mouwen wil dragen, ook als het warm is,
  • kleren met bepaalde stoffen niet wil dragen
  • last heeft van faalangst?

Als uw kind met meerdere dingen in de bovenstaande lijst last heeft, kan sensorische integratietherapie zinvol zijn.
Zeker jonge kinderen met een normale intelligentie reageren goed op therapie omdat hun zenuwstelsel nog soepel is. De hersenfuncties kunnen nog gemakkelijk veranderen, nieuwe verbindingen maken.
Het klopt dat bepaalde symptomen, zoals hyperactiviteit, kunnen veranderen in de puberteit. Maar zoals een beroerte er niet uitgroeit, geneest ook een minimale neurologische stoornis, zoals een sensorische integratiestoornis die de problemen veroorzaakt, niet vanzelf.
Het is nooit te laat om hulp te zoeken, ook met oudere kinderen en volwassenen werden reeds goede resultaten geboekt, vaak in combinatie met andere therapievormen.

Sensorische integratieproblemen kunnen ook oorzaak zijn van:

  • heel actief zijn van uw kind
  • niet stil kunnen zitten
  • onzorgvuldig en impulsief zijn,
  • agressief gedrag tijdens spelletjes
  • slordig eten
  • vaak morsen
  • moeite hebben met kauwen
  • niet graag eten van grote brokken
  • teveel eten tegelijk in de mond stoppen
  • vaak dingen verliezen
  • gemakkelijk verdwalen
  • overschakelen van activiteit
  • snel afgeleid zijn
  • zich maar kort kunnen concentreren
  • een onregelmatig slaappatroon hebben
  • moeite met in slaap vallen
  • snel gefrustreerd zijn
  • last van woedeaanvallen hebben
  • meer bescherming nodig hebben dan andere kinderen

Sensorische Integratietherapie

Bij aanvang van de therapie wordt eerst nagekeken wat het sensorische integratieprobleem is aan de hand van vragen aan de ouders, observaties en evtl. Tests. Daarna kan de eigenlijke therapie starten.

Voor een kind is sensorische integratietherapie spelen. Het is heel belangrijk dat een kind plezier ervaart en zelf op ontdekking kan gaan. We leren nl. beter indien we iets graag doen, als leuk ervaren.

De therapeut zorgt ervoor dat het kind de juiste sensorische informatie opdoet en verwerkt, zodat het op een juiste manier leert reageren.

De basiszintuigen waarmee het meest gewerkt wordt zijn het tastgevoel, het evenwichtsgevoel (vestibulaire informatie) en het spier- en gewrichtsgevoel (proprioceptieve informatie). Hierbij wordt rekening gehouden met hoe het kind de verschillende soorten sensorische informatie verwerkt (registreert, moduleert en discrimineert). Het doel is verandering te brengen in de manier waarop het zenuwstelsel de sensorische informatie organiseert, zodat het kind beter in staat is tot interactie met de wereld om hem/haar heen. Interactie houdt in: leren op school, omgaan met leeftijdsgenoten, aandacht kunnen richten op een opdracht, zelfverzorging, motorische coördinatie, etc.
De sensorische integratietherapie vindt 1 keer per week gedurende 1 uur plaats in mijn praktijk. Er worden regelmatig tips gegeven aan de ouders/grootouders/begeleiders zodat ze mee de evolutie van het kind kunnen stimuleren.