Leerproblemen en Leerstoornissen

Leerproblemen
Leerstoornissen

Home


Wat is Ergotherapie?


Wat doet een ergotherapeut?


Iets over Inge


Contact

Tussen mensen bestaan grote verschillen in leervermogen en leerstrategieën. Het leervermogen houdt verband met aangeboren eigenschappen en met aangeleerde vaardigheden en leerstrategieën die men gebruikt, mede op basis van motivatie.

De tijd die aan leertaken wordt besteed, is een belangrijke voorspeller van de leerresultaten. Dit geldt zowel voor het leren van kennis als voor het leren van vaardigheden en strategieën.

Leerproblemen

’Leerproblemen’ is een term die gebruikt wordt in verband met het verwerken van de leerstof. Er kunnen verschillende deelproblemen tegelijk voorkomen.

Leerproblemen verschillen van leerstoornissen omdat ze geen aandoening zijn. Het kan om kinderen/jongeren... gaan die tijdelijk minder presteren op school door externe factoren of om kinderen die een ander zintuiglijk voorkeurskanaal hebben dan wat aangeboden wordt.

Voorbeeld 1:
Sam, 9 jaar, leert door dingen te doen maar in de klas wordt alles visueel (via zien) en auditief (via het gehoor) aangeboden.
Het kloklezen lukte na veel oefenen nog niet. Als hij bij het leren van de klok, zelf op de grond een klok mag maken en stokken mag gebruiken als wijzers die hij laat draaien, voelt hij de beweging. Na deze sessie begreep hij hoe een klok werkte en leerde hij snel de klok lezen.


Voorbeeld 2:
Tim, 15 jaar, komt met de klacht dat hij de leerstof niet verwerkt krijgt alhoewel zijn intelligentie goed genoeg is voor zijn studierichting. Hij schrijft slordig en niet graag en wil niet proberen om vlotter te leren schrijven. Hij blijkt gemakkelijk te kunnen studeren door auditief te werken: lezen, herhalen, tegen zichzelf praten. Hij heeft geen steun van kleur, integendeel, het stoort hem als hij dingen moet markeren.

Voorbeeld 3:
Britt, 16 jaar, kan tijdens de wiskundeles geen rechte lijn tekenen en haar handschrift is vaak onleesbaar. Ze blijkt ook moeilijkheden te hebben om de leerstof te verwerken. Thuis mag zij niet met de computer werken omdat ze volgens haar ouders dan teveel afgeleid is. Na oefeningen om een gevoel te krijgen van rechtop zitten en staan alsook training van de rompspieren kon zij rechte lijnen tekenen met een lat en 2 sessies verder kon zij leesbaar schrijven. Bij het studeren wou zij structuur aanbrengen in haar teksten met zelfgekozen kleuren en een samenvatting op de computer typen. De ouders waren zeer verwondert over mijn tips en lieten het na wat overleggen toe om de computer te laten gebruiken. Tijdens de volgende examenperiode haalde ze goede resultaten en was iedereen tevreden.

Leerstoornissen

Leerstoornissen is een groep van aandoeningen waartoe dyscalculie, dysgrafie, dyspraxie, dysorthografie, dyslexie, ADD, ADHD, DCD, NLD, ... behoren.

Het kan om verschillende deelproblemen gaan maar wat deze kinderen/jongeren meestal gemeenschappelijk hebben is dat ze automatiseringsproblemen hebben en vaak te maken hebben met symptomen van stress.
Het gevolg is dat het moeilijk is om een aantal basisvaardigheden te automatiseren zoals bij dyscalculie het optellen en aftrekken tot 10 of bij dyspraxie het aankleden.

Tijdens de therapie wordt eerst aan de basisvaardigheden gewerkt. Bij jonge kinderen wordt aanvankelijk veel met materiaal, in de grote ruimte en/of met spelletjes gewerkt. Indien er problemen blijven bestaan worden hulpmiddelen ingeschakeld.

Voorbeeld 1:
Bart komt en start tijdens de derde kleuterklas met ergotherapie. Hij was altijd te traag, was motorisch zwak en kon zich moeilijk concentreren. Aanvankelijk werd hij vnl. via de sensorische integratietherapie gestimuleerd in combinatie met dagelijkse activiteiten. Hij had bvb. bij het eten een anti-slipmatje nodig op zijn stoel en via het begeleiden van de bewegingen tijdens het eten, leerde hij de correcte bewegingen en kon stilaan proper eten. Toen hij in het eerste leerjaar kwam werd de schrijfmotoriek en het rekenen mee ondersteunt. Tijdens het tweede leerjaar behaalde hij goede resultaten zonder therapie.

Voorbeeld 2:
Sanne kan moeilijk lezen (daarvoor volgt ze logopedie), haar schrijfmotoriek is zwak en het automatiseren van de rekenbasisvaardigheden verloopt moeizaam. Ze leerde in de loop van het eerste trimester van het tweede leerjaar leesbaar schrijven en correct kopiëren en het optellen en aftrekken tot 10 werd al spelend op 2 maanden geautomatiseerd. Daarna begonnen we met tafelspelletjes en een tafelboekje om meer inzicht te krijgen in de verbanden tussen de oefeningen. Ze verschoot hoeveel oefeningen het leken en hoe weinig ze er moest leren. De tafels leerde ze mee op het tempo van de klas.

Voorbeeld 3:
Arne zit in het vijfde leerjaar en heeft rekenproblemen. Het optellen en aftrekken tot 100 lukt, al de rest lukt onvoldoende. Na enkele sessies had hij nog altijd problemen met de eerste oefening en daarna lukte het wel. Wat hij niet kon onthouden, noteerden we in een onthoudschriftje. Dit mocht hij ook in de klas gebruiken. Zo werden alle onderwerpen bekeken en werd het onthoudschriftje steeds aangevuld. Hij leerde ook een rekenmachine gebruiken voor alles wat geen hoofdrekenen is aangezien zijn aandacht naar de verschillende denkstappen kon gaan en hij zo het tempo van de klas kon volgen.